De zorg verandert snel. Steeds meer gebeurt in de wijk, dicht bij inwoners. Maar hoe organiseer je dat goed? Sijtze Blaauw, apotheker in Wijhe en bestuurslid van de Coöperatie Apothekers Vereniging Regio Zwolle (CAVRZ), neemt namens de apothekers deel aan de stuurgroep van de Versterking Eerstelijn Regio Zwolle (Verzwolle). Hij vertelt over wat er speelt en waar kansen liggen.
Sijtze Blaauw werkt als openbaar apotheker in Wijhe en is daarnaast bestuurslid van de CAVRZ. “We hebben apothekers regionaal georganiseerd om samen het gesprek te voeren. Dat is nodig, want de opgaven in de zorg zijn te groot om alleen op te lossen.” Vanuit die rol vertegenwoordigt hij de apothekers in de stuurgroep van Verzwolle. “Apothekers zijn een belangrijke schakel in de samenwerking in de wijk en horen dus aan tafel bij hoe die wordt ingericht.” Zijn motivatie om deel te nemen aan de stuurgroep komt voort uit die overtuiging. “De zorg staat onder druk en de opgaven zijn te groot om alleen op te lossen. Samenwerken is geen keuze meer, maar noodzaak.”
Binnen de CAVRZ heeft Blaauw de portefeuille rondom de regionale samenwerking (Regionaal Eerstelijns Samenwerkingsverband – RESV) en de ontwikkeling van hechte wijkverbanden. “Ik probeer in de stuurgroep de stem van de apotheker in te brengen, maar ook de verbinding te maken met andere professionals. Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: goede en toegankelijke zorg, de juiste zorg op de juiste plek.”
Belangrijkste opgave: organiseren vanuit de praktijk
Volgens Blaauw ligt de grootste opgave voor de stuurgroep nu in het goed opzetten van de hechte wijkverbanden. “De kracht zit in de wijk: daar moet je dus beginnen. Daar kennen zorgverleners en professionals uit het sociaal domein elkaar en daar spelen de vragen van inwoners.” De samenwerking in de stuurgroep ervaart hij als positief. “We delen dezelfde uitgangspunten. We willen het van onderaf laten groeien, niet van bovenaf opleggen. Als je het van bovenaf organiseert, haken mensen snel af en krijg je oplossingen die in de praktijk niet werken. Zorgverleners weten zelf het beste wat werkt. Geef ze ruimte om dat samen te ontdekken.” Dat betekent ook dat er ruimte moet zijn voor verschillen tussen wijken. “Wat werkt in Wijhe, werkt niet automatisch in Zwolle of Kampen. Je moet dus niet streven naar één blauwdruk, maar naar een manier van werken waarin maatwerk mogelijk is.” De rol van de stuurgroep is vooral faciliterend: richting geven, verbinden en ervoor zorgen dat randvoorwaarden geregeld zijn.
Kansen en knelpunten
De kansen ziet Blaauw vooral in betere samenwerking en het slimmer organiseren van zorg. “We kunnen veel meer gebruikmaken van elkaars expertise. Bijvoorbeeld door vragen over medicijnen vaker direct bij de apotheek neer te leggen in plaats van bij de huisarts.” Tegelijk zijn er ook duidelijke knelpunten. “De manier waarop zorg nu wordt gefinancierd, past nog niet bij deze manier van werken. En er gaat nog te veel tijd naar administratie en verantwoording in plaats van naar zorg.” Het schuurt soms met hoe systemen nu zijn ingericht. “Zorgverzekeraars en landelijke partijen sturen vaak op controle en uniformiteit. Dat is begrijpelijk, maar het werkt niet altijd in de praktijk. Wat in Zwolle werkt, hoeft niet te werken in Flevoland of Twente.” De zoektocht naar de juiste balans tussen kaders en ruimte is dan ook in volle gang. “Je hebt kaders nodig, maar ze mogen niet in de weg zitten. Er gaat nog te veel tijd naar verantwoording en processen. Die tijd wil je liever besteden aan zorg. Als je echt wilt vernieuwen, moet je soms durven loslaten.”
De rol van de apotheker in de wijk
Binnen zowel het RESV als de hechte wijkverbanden ziet Blaauw een duidelijke rol voor apothekers. “Wij zijn laagdrempelig toegankelijk. Mensen lopen zo binnen met vragen. Dat maakt ons bij uitstek geschikt om signalen op te vangen en patiënten te begeleiden.” Die rol gaat verder dan alleen het verstrekken van medicijnen. “We kijken naar gebruik, begeleiden patiënten en signaleren problemen.” Daarmee kunnen apothekers helpen om zorg slimmer te organiseren én te voorkomen.” Volgens Blaauw is het wel belangrijk dat die rol beter zichtbaar wordt. “Veel mensen denken nog steeds: met vragen over medicijnen ga je naar de huisarts. Terwijl de apotheker daar juist in gespecialiseerd is. Door direct naar de apotheek te gaan, ontlast je de huisarts en word je sneller en beter geholpen.” Binnen zijn eigen beroepsgroep ziet hij verschillen. “De ene apotheker is al verder in die ontwikkeling dan de andere. Dat heeft te maken met werkdruk, personele bezetting en persoonlijke voorkeur. Maar het besef dat het anders moet, is er wel.”
Toekomst: samen sturen op betere zorg
Als hij vooruitkijkt, ziet Blaauw een zorgsysteem waarin samenwerking in de wijk centraal staat. “Over een paar jaar zou het normaal moeten zijn dat zorgverleners elkaar makkelijk vinden en samen bepalen wat nodig is voor een patiënt of inwoner.” Hechte wijkverbanden gaan verder dan alleen huisartsen en apothekers. Ook thuiszorg, welzijn en gemeenten spelen een rol. “Soms ligt de oplossing niet in zorg, maar bijvoorbeeld bij schulden of eenzaamheid. Dan moet je elkaar wel kunnen vinden.” De rol van de apotheker wordt daarin vanzelf groter, verwacht hij. “Als we de samenwerking goed organiseren, komt die rol ook meer naar voren. Maar dan moet je wel de randvoorwaarden goed regelen, zoals financiering en tijd.” Het RESV speelt daarin een belangrijke rol als regionale schakel. “Wat je in meerdere wijken tegenkomt, kun je regionaal oppakken. Bijvoorbeeld rond ICT of afspraken met zorgverzekeraars. Maar het vertrekpunt blijft altijd de wijk.”
Meer betrokkenheid van apothekers
Nog niet alle apothekers zijn even bekend met Verzwolle en de ontwikkelingen rond RESV en hechte wijkverbanden. Zijn boodschap aan collega-apothekers is duidelijk: “Wacht niet af, maar sluit aan. Dit is de manier waarop de zorg zich ontwikkelt. Als je meedoet, kun je meebepalen hoe die eruit gaat zien.” De beweging richting hechte wijkverbanden vraagt om tijd, samenwerking en vertrouwen. Maar volgens Blaauw is het de enige weg vooruit. “Investeer in de praktijk, geef ruimte en werk samen. Alleen zo maken we de zorg toekomstbestendig.”